Medewerkers en studenten van de UvA blokkeerden vorige maand de fusie van de bètafaculteit met die van de VU. UvA-collegevoorzitter Louise Gunning: ‘Er is geen discussie over de samenwerking, alleen over de vorm.’

Zag u aankomen dat de centrale ondernemingsraad en de centrale studentenraad tegen het samenvoegen van de bètafaculteiten zouden stemmen?
‘Ik had gehoopt dat het dubbeltje de andere kant op zou vallen. Want dat was het: een dubbeltje op zijn kant. Dat er discussie was, hebben we de afgelopen maanden gezien.’

Gaat er nu iets verloren voor Amsterdam?
‘De bèta’s vinden het belangrijk samen te werken. Daar is geen verschil van mening over. En die samenwerking zal de komende tijd dan ook krachtig worden neergezet. We kunnen de internationale competitie beter voeren als we de handen ineenslaan. Juist voor de bètawetenschappen is dat logisch. Je kunt namelijk samen een infrastructuur neerzetten en bekostigen, waardoor je makkelijker talent kunt aantrekken en meer geld overhoudt voor onderzoek.’

Wat is dan het gevolg van het wegstemmen van het plan?
‘Dat we verder gaan samenwerken is duidelijk, maar hoe we dat doen nog niet. Afgelopen week heb ik de toelichting bij de beslissing van de medezeggenschap ontvangen en nu kunnen wij het gesprek ook heropenen. De nieuwe decaan gaat de inhoudelijke discussie met de medewerkers en de studenten weer ter hand te nemen. Ik kan me voorstellen dat je dat in een ander tempo doet op het gebied van onderzoek dan op het gebied van onderwijs. Bijvoorbeeld dat je meer haast maakt met het investeren in een laserlab dan met het samenvoegen van opleidingen.’

Wat vond u van die studentenacties die er zijn geweest?
‘Ik vond ze soms zo weinig inhoudelijk. Ik kreeg geen inhoudelijke argumenten waarmee ik kon proberen het plan aan te passen. Misschien hadden ze die argumenten wel degelijk en heb ik ze niet gehoord.’

De studenten vreesden grootschaligheid in het onderwijs.
‘Daar was geen sprake van in het plan. Het ging vooral om het samenvoegen van kleinere opleidingen. En voor de infrastructuur is die grootschaligheid wel een noodzakelijke stap als je internationaal wil meespelen. Meer kritische massa trekt talent aan en ook bedrijven als ASML (apparatuur voor de chipindustrie) en Sron (ruimtevaart).’

Hoe beoordeelt u uw eigen rol in het proces?
‘Ik had het graag sneller willen doen. We zijn tegemoetgekomen aan de medezeggenschapsraden door die meer tijd te geven. Achteraf kun je je afvragen of meer tijd geven geholpen heeft. De energie en de bevlogenheid die er waren in het begin, ebden voor een deel weg doordat iedereen zat te wachten op de beslissing van de centrale medezeggenschapsorganen.’

Studentenvakbond Asva zegt dat u studenten niet voldoende serieus heeft genomen.
‘Dat hoor ik niet van de centrale studentenraad. Dat is mijn partner in de medezeggenschap. Daar hebben we spelregels voor.’

Het is u kwalijk genomen dat u een decaan aanstelde voor de nieuwe faculteit toen het nog niet duidelijk was of die er überhaupt kwam.
‘Wij wilden de kans iemand van groot kaliber binnen te halen, niet laten lopen.’

En u vindt het niet vreemd dat zij nu decaan is van drie verschillende faculteiten bij twee universiteiten?
‘Nee.’

Sron was van plan zich op het Science Park van de UvA te vestigen. De VU ging meebetalen aan de huisvesting. Komt Sron nu nog wel?
‘De komst van Sron is een keuze van Sron. Wij zoeken een manier om zijn huisvesting financierbaar te krijgen. De onduidelijkheid over de bestuurlijke vorm van de samenwerking is belangrijk voor grote investeringsbeslissingen, maar we hebben het ministerie, de gemeente, Sron en andere partijen duidelijk gemaakt dat er geen discussie is over de samenwerking – alleen over de vorm die die krijgt.’

Waarom fuseren de VU en de UvA niet gewoon helemaal?
‘Het zijn twee heel grote instellingen dus de vraag is of dat toegevoegde waarde heeft. We werken samen door onze instellingsplannen op elkaar af te stemmen.’

Hoe is de verhouding tussen de UvA en de stad?
‘Die is veel beter geworden. Buitenlanders vinden het heel leuk naar Amsterdam te komen. We zijn ons er nu meer van bewust dat dit ons succes mede veroorzaakt. Dus is het voor ons belangrijk dat Amsterdam een leuke, hippe, ondernemende stad is, waar je banen kunt krijgen. Wij trekken op onze beurt internationaal talent aan, dat het weer interessant maakt voor bedrijven om zich hier te vestigen.’

Uw termijn loopt af over twee jaar. Wat wilt u dan bereikt hebben?
‘Ik wil de randvoorwaarden dan zo hebben dat Amsterdam echt internationaal wetenschappelijk kan meespelen. Instellingen moeten zo goed samenwerken dat universitaire studenten heel makkelijk een keuzevak bij de Hogeschool voor de Kunsten kunnen doen en dat Conservatoriumstudenten een vak kunnen volgen bij de universiteit.’

Tekst: Elisa Hermanides