Foto: Folia
actueel

In 2016 gaat bètafusie 'van onderaf' door

Fabienne Meijer,
26 december 2015 - 11:49

2015 was het jaar van de langstdurende Maagdenhuisbezetting in de geschiedenis van de UvA, maar ook van de invoering van het leenstelsel en de oplevering van het Wibauthuis. Nu de dagen op zijn kortst zijn en de deuren van de UvA en HvA een tijdje sluiten kijkt Folia terug op het grote en minder grote nieuws van 2015. Vandaag: hoe gaat het met de bètafusie?

Eind 2013 zorgde de ophanden zijnde fusie van de bètafaculteiten van de VU en de UvA, verenigd onder de noemer Amsterdam Faculty of Science (AFS) voor veel rumoer. Het plan werd weggestemd, maar het idee van samenwerking is anno 2015 nog niet van de baan.

 

‘De term AFS is misplaatst. Die is weggestemd en komt er dus ook niet,’ bezweert Karen Maex, decaan van de bètafaculteiten van de VU en de UvA door de telefoon. ‘Het initiatief voor samenwerking ligt nu geheel bij de opleidingen zelf. De staf moet een meerwaarde zien.’ Maex voegt hieraan toe dat ook studenten uitgebreid de kans hebben hun medezeggenschap te laten gelden.

 

Studenten van de FNWI kunnen daarvoor terecht bij de Facultaire Studentenraad. Daar zitten voorzitter Micha de Groot en dossierhouder Samenwerking Joeri Bordes klaar om te luisteren naar de kritische noten van studenten. En die zijn er. ‘Onze studenten blijven uiterst scherp als het gaat om samenwerken met de VU,’ zegt Bordes. Toch is de sfeer minder gespannen dan in 2013.

 

‘Het woord AFS roept veel negatieve emoties op,’ vult De Groot aan. ‘Mensen zijn bang voor een herhaling van die gebeurtenissen. Toen was de belangrijkste klacht het feit dat alle beslissingen over de hoofden van studenten werden genomen.’

Foto: UvA, Dirk Gillissen
'De term AFS is misplaatst,' zegt decaan Maex

Toen en nu

In 2013 werd bekend dat de VU en de UvA een akkoord hadden gesloten over het fuseren van de bètafaculteiten van beide universiteiten. Opleidingen zouden voortaan zowel aan de Zuidas als op Science Park worden gegeven en alle administratieve zaken zouden gecentraliseerd worden. In eerste instantie is er vooral veel onvrede over de gezamenlijke huisvestingsplannen.

 

Later, als meer en meer kritiekpunten naar boven komen, beklagen de studenten zich over het gebrek aan inspraak. Tijdens een zinderende gezamenlijke vergadering in december dat jaar stemden de Centrale Studentenraad en de Centrale Ondernemingsraad tegen de AFS.

 

Inmiddels zijn de plannen voor samenwerking voorzichtig weer opgepakt, maar onder heel andere voorwaarden. ‘Het gebeurt nu van onderaf, in plaats van top-down zoals toen,’ zegt De Groot. Zowel hij als Bordes beamen dat decaan Karen Maex een goede houding heeft gehad op het gebied van medezeggenschap. Zelf zegt ze hierover dat ze, ook toen ze nog in Leuven werkte, een goede verstandhouding tussen belanghebbende partijen altijd belangrijk heeft gevonden.

 

Dat lijkt in de huidige vorm zijn vruchten af te werpen. Om de mogelijkheden van samenwerking te onderzoeken, worden kernteams voor het onderzoeksgedeelte en verkenningscommissies voor het onderwijsgedeelte ingezet. Ook de studentenraad gaat in beraad met deze teams en commissies. ‘In eerste instantie wordt onderzocht of er überhaupt interesse is voor samenwerking,’ legt De Groot uit. ‘Psychobiologie heeft bijvoorbeeld besloten dat zij momenteel geen meerwaarde zien in samenwerken.’ Dan houdt het verkennen daar op.

 

Als er wel oren naar zijn, wordt uitgezocht op welke manieren dit kan gebeuren. ‘Daarbij vragen we concreet op welke manier de kwaliteit hiermee vooruit gaat,’ zegt Bordes. Het belang van het onderwijs wordt daarbij volgens hem altijd in het achterhoofd gehouden.

'Dat is fysiek onmogelijk'

Op en neer naar de Zuidas

Hoewel de teams en commissies niet altijd op hetzelfde tempo werken, waardoor bijsturing nodig is, staan voor volgend jaar in ieder geval een aantal joint degrees op het programma, waarbij studenten zowel een VU- als een UvA-diploma ontvangen. Maex is enthousiast over deze ontwikkeling. ‘Amsterdam kan zich zo nog beter positioneren op de internationale markt. We trekken meer talent aan, en dat moet verder uitgebouwd worden.’

 

En de zo gevreesde gedeelde faculteiten? Die zijn er vooralsnog niet. ‘Misschien op de lange termijn, maar dan krijgen de studenten daar in ieder geval tijdig bericht over.’ Voor Bordes en De Groot is de tegenzin tegen op en neer fietsen best te begrijpen. ‘Je krijgt dan het probleem dat je voor het ene college op Science Park moet zijn, en het volgende op de Zuidas. Dat is fysiek onmogelijk.’ Bovendien, zo stellen ze, is het toch best goed toeven op het Science Park. En dat mag zeker niet verloren gaan.