Foto: Marc Kolle
opinie

‘Amsterdam is van iedereen’

Caesar Bast,
25 mei 2016 - 07:13

Het stadsbestuur moet meer doen om studentenwoningen in Amsterdam betaalbaar te houden. Met het huidige beleid jaagt Amsterdam studenten en minder rijke bewoners weg en verandert de stad langzaam in een bastion voor de allerrijksten, betoogt Caesar Bast.

Lange tijd werden wij blij gemaakt met het ideaalbeeld van vele duizenden woningen die het nieuwe stadsbestuur zou verzorgen. Liefst 8.376 woningen zouden gerealiseerd worden. Het stadsbestuur zou er alles aan gelegen zijn om het woningtekort in de hoofdstad terug te dringen. Het zijn mooie cijfers en plannen die bijdragen aan de bestrijding van het toenemende woningtekort, maar er is onvoldoende aandacht voor de onderkant van de maatschappij. Zo blijkt uit de nieuwe cijfers in Wonen in Amsterdam, een rapport dat tweejaarlijks door Amsterdamse woningcorporaties en stadsdelen wordt opgesteld, dat betaalbare woningen, ondanks alle goede bedoelingen, steeds sneller dan ooit uit de stad aan het verdwijnen zijn.

 

Amsterdam is een stad waarin jong, oud, arm en rijk al jarenlang samenwonen. Een stad die bestaat uit zo’n 800.000 inwoners met 180 verschillende nationaliteiten. Iedereen is welkom. Het is een stad waarin geen onderscheid wordt gemaakt op basis van wie je ouders zijn of hoe hoog je inkomen is. Nee, Amsterdam is bij uitstek de stad waar je kunt zijn wie je bent en waar je kunt wonen tussen alle soorten mensen die gezamenlijk onze samenleving vormen.

Amsterdam wordt een stad waarin alleen mensen met een dikke portemonnee terechtkunnen en waar Amsterdammers met een midden- of minimuminkomen geen plek meer hebben

Momenteel worden sociale huurwoningen echter verkocht, komen mensen met een middeninkomen de stad niet in en wordt het voor jonge Amsterdammers zonder rijke ouders steeds moeilijker om het ouderlijk huis te verlaten en zelfstandig in de stad te gaan wonen. Wonen in Amsterdam wordt iets exclusiefs en dat is zorgelijk. Amsterdam wordt een stad waarin alleen mensen met een dikke portemonnee terechtkunnen en waar Amsterdammers met een midden- of minimuminkomen geen plek meer hebben. Het huidige stadsbestuur verergert dit met haar beleid. De stad moet haar sociale karakter terugkrijgen, maar hoe doe je dat eigenlijk?

 

Luxe penthouses

Voor mensen met een middeninkomen moet fors meer gebouwd worden. Het kan niet zo zijn dat mensen die een gezin moeten onderhouden en niet tot de rijksten behoren worden gedwongen uit de stad te vertrekken. Zelfs kleine appartementen die bedoeld zijn voor mensen met een middeninkomen zijn veel te duur geworden. Er kunnen beter 10.000 woningen worden gebouwd voor gezinnen met een middeninkomen dan de stad vol te bouwen met grote appartementen en luxe penthouses, zoals nu gebeurt.

 

Mensen die jong zijn en geen rijke ouders hebben, zijn genoodzaakt bij hun ouders te blijven wonen. Dat kan niet en dat mag niet. We zijn het zat dat het stadsbestuur zich verschuilt achter het grote aantal studentenwoningen dat gebouwd wordt, want slechts 24 procent van die nieuwe studentenwoningen is voor studenten betaalbaar. De focus bij de bouw van woningen voor jongeren moet niet gericht zijn op onbetaalbare lucratieve woningen. Daarnaast mag het niet zo zijn dat werkende jongeren buiten de boot vallen; er moet veel meer aandacht naar de bouw van betaalbare jongerenwoningen.

 

Waar voorheen nog vaak de link werd gelegd met culturele segregatie wordt nu steeds duidelijker dat het probleem van Amsterdam sociaal-economisch is – en behoorlijk ook. Recent onderzoek van UvA-stadsgeografen Cody Hochstenbach en Willem Boterman stipte aan dat de segregatie, die in algemene zin al langer zichtbaar was, nog beter te zien is in het hedendaagse vestigingsgedrag van jongeren in deze stad. Jongeren met rijke ouders wonen centraal, de rest woont buiten de ring of de stadsgrenzen.

De gewone Amsterdammer moet boven het grote geld gaan

Het aantal jongeren in Amsterdam wier ouders behoren tot de 20 procent meest vermogende Nederlanders nam in vijf jaar met 22 procent toe. Daartegenover huisvest de stad 13 procent minder jongeren uit ‘arme’ gezinnen – de 40 procent gezinnen met het kleinste vermogen. Het resultaat? Een woningmarkt die gedomineerd wordt door mensen met een goedgevulde portemonnee.

 

Sociale hart

Amsterdam moet weer de stad van ons allen worden. Daarvoor moet een duidelijke keuze worden gemaakt: de gewone Amsterdammer moet boven het grote geld gaan. Daarom willen wij dat er in de hele stad een stop wordt afgedwongen op de verkoop van sociale huurwoningen. Zolang er meer sociale huurwoningen worden verkocht dan er worden bijgebouwd, terwijl de wachtlijsten zo hoog blijven, mag er niets verkocht worden; daarmee verkoop je het sociale hart van Amsterdam.

 

Het stadsbestuur moet weer naar de samenstelling van wijken durven kijken. Arm en rijk moeten weer naast elkaar kunnen wonen. De steeds grotere afname van het aantal sociale huurwoningen in veel ‘populaire buurten’ moet worden tegengegaan. Veel wijken verworden langzaamaan tot een baken van monocultuur. Dat doet een stad met zoveel verschillende nationaliteiten en culturen geen goed. Amsterdam moet weer van iedereen worden en niet alleen voor degenen die veel te besteden hebben.

 

Caesar Bast studeert rechten en politicologie aan de UvA en is voorzitter van de Amsterdamse afdeling van de Jonge Socialisten in de PvdA (JS). Met de online petitie op www.ennueruit.amsterdam roept de JS het stadsbestuur op meer te doen om studentenhuisvesting betaalbaar te houden.