Foto: Daniël Rommens
opinie

‘De UvA-medezeggenschap heeft SRON op het offerblok gelegd’

Walter Hoogland,
19 december 2017 - 09:53

Waarom liepen de UvA en de VU het prestigieuze ruimteonderzoeksinstituut SRON mis? Voormalig bètadecaan Walter Hoogland heeft zo zijn ideeën. ‘De geloofwaardigheid van de UvA is als gevolg van de dramatische teloorgang van de UvA-VU-samenwerkingsambities ernstig ondermijnd.’

Vorige week heeft NWO besloten dat de hoofdvestiging van SRON, het NWO instituut voor ruimteonderzoek, niet naar Amsterdam maar naar Leiden zal verhuizen. De offerte, het ‘bid’ van Amsterdam (UvA, VU en de UniversiteitTwente) legde het af tegen dat van Leiden en Delft. Over het waarom van die keuze straks iets meer. Maar eerst hoe het zover kon komen.

 

Immers vier jaar geleden had NWO-SRON juist Amsterdam boven het alternatief van Delft en Leiden gekozen. Over de vraag hoe die kans verkwanseld is heb ik een half jaar geleden in Het Parool mijn toorn geuit. Het had alles te maken met het besluit van ons College van Bestuur om pardoes een punt te zetten achter het initiatief om te komen tot een intensieve samenwerking tussen de bètafaculteiten van de UvA en VU.

Een provinciaal, benepen gebrek aan visie leidde ertoe dat de medezeggenschap zich tegen de samenwerking tussen de twee universiteiten keerde

Technologisch cluster van wereldformaat

Dat had ook dramatische gevolgen voor de komst van SRON. SRON als verbindingsschakel tussen sterke onderzoeksteams aan de UvA (sterrenkunde) en de VU (klimaat- en ruimtewetenschappen) symboliseerde het belang van de samenwerking tussen de bètafaculteiten. Met zijn unieke technische expertise op het gebied van de bouw van satellietinstrumenten, voegde SRON zich bij vier andere op Amsterdam Science Park gevestigde NWO-instituten. Samen met de twee bètafaculteiten, werd zo de basis gelegd voor een wetenschappelijk en technologisch cluster van wereldformaat. Het was ook om die reden dat de Gemeente Amsterdam bereid was om de komst van SRON met een bedrag van 4 miljoen euro te steunen.

 

Dat alles werd door de UvA-medezeggenschap op het offerblok gelegd van hun recent verworven democratische rechten. Een provinciaal, benepen gebrek aan visie leidde ertoe dat ze zich tegen de samenwerking tussen de twee universiteiten keerde. En helaas, de UvA-bestuurders schikten zich daarnaar. Overigens was dit de apotheose van een langere periode van besluiteloosheid in de UvA-gelederen en een moeizaam voortmodderen bij het leggen van een solide basis voor zowel de bètasamenwerking als de huisvesting van SRON.

De geloofwaardigheid van de UvA is als gevolg van de dramatische teloorgang van de UvA-VU-samenwerkings- ambities ernstig ondermijnd

Tweede ronde

Het exploderen van de samenwerkingsambities van UvA en VU leidde tot een verrassende en verdacht snelle reactie van de zijde van NWO. Vrijwel terstond nam die organisatie het initiatief om de vestiging van SRON opnieuw inzet van een open landelijke competitie te maken, een competitie die UvA en VU eerder gewonnen hadden. Op initiatief van de UvA werd een consortium gevormd met de VU en de Universiteit Twente, om ook aan deze nieuwe competitie deel te nemen. Er kwam, met goede inzet van het CvB, een overtuigend bid book tot stand, dat het uiteindelijk moest opnemen tegen dat van Leiden en Delft. Op grond van wetenschappelijke overwegingen had SRON destijds de voorkeur aan Amsterdam gegeven. Nu lag er ook nog een sterk en gedetailleerd voorstel voor de SRON-huisvesting zelf.

 

Waarom het Amsterdamse voorstel niettemin het onderspit dolf blijft giswerk. Maar er zijn natuurlijk best, mede op wat er her en der in de wandelgangen te horen was, een paar veronderstellingen te maken. De geloofwaardigheid van de UvA is als gevolg van de dramatische teloorgang van de UvA-VU-samenwerkingsambities ernstig ondermijnd. Hoewel het CvB stelde dat het bod van het UvA consortium de volle steun had van de medezeggenschap zal dat niet de zorg hebben weggenomen over de macht van dat wispelturige gezelschap.

 

Geen steun van de provincie

Leiden en Delft probeerden al jaren vanuit de coulissen duidelijk te maken dat ze nog steeds een serieuze optie voor de huisvesting van SRON waren. Toen dit weer een volledig open kwestie werd hebben ze alle zeilen bijgezet om, geholpen door de verzwakte Amsterdamse positie, hun kaarten uit te spelen. Een krachtige lobby van provincie, gemeentes en de universiteiten van Delft en Leiden, inclusief genereus in het vooruitzicht gestelde financiële middelen was daar onderdeel van. Het Amsterdamse bod kon die inzet kennelijk niet evenaren. Het provinciale bestuur beklimt zelden de barricaden als het om op Amsterdam gerichte belangen gaat en de stad, hoe dan ook enigszins blasé, had de handicap dat de oorspronkelijk verantwoordelijke wethouder net naar Den Haag was vertrokken. Zo’n lobby moet georganiseerd worden en het lijkt erop dat de UvA daarbij geen partij was voor de gezamenlijke kracht van TUD en UL.

 

Het falen van de UvA op het SRON-dossier is een ernstige tegenslag voor de ambities van Amsterdam Science Park, de UvA (en ook de VU) en de Amsterdam Metropool Regio. Het had niet hoeven te gebeuren. Maar dan had men zich tijdig besluitvaardiger en organisatorisch professioneler moeten tonen. Wellicht dat dit een les voor de toekomst kan zijn.

 

Walter Hoogland is voormalig decaan van de UvA-Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica.