Foto: Publiek domein
wetenschap

Artsen, práát over seks, zegt hoogleraar Ellen Laan in haar oratie

Sterre van der Hee,
20 april 2018 - 10:28

Ellen Laan (56) is hoogleraar biopsychosociale determinante van seksuele gezondheid – ja, precies – aan de UvA. Vandaag houdt ze haar oratie En hoe gaat het met seks? over seksualiteit in het artsengesprek. ‘Artsen vragen nu: heeft u coïtus? En niet: is de seks fijn, opwindend?’

Wat is uw boodschap, vandaag?

‘Ik vind dat artsen, meer dan nu, met patiënten over seks moeten praten. Dat moet, want kwalitatief goede seks is belangrijk - en “seks” definieer ik dan niet als “penetratie”, maar als “met genegenheid gedeeld genot tussen gelijken”. Artsen vragen nu vaak: heeft u nog coïtusCoïtus is de medische term voor geslachtsgemeenschap.? En niet: is het fijn, plezierig, wordt u opgewonden? Zonde, want goede seks heeft veel gezondheidsvoordelen: de genegenheid, het geluksgevoel, dat je gezien wordt, gekoesterd.’

Foto: UvA
Ellen Laan: ‘Ik stoor me, anno 2018, vooral aan de genderongelijkheid op het gebied van seksueel plezier’

Welke gevolgen heeft die focus op coïtus?

‘Als voorbeeld neem ik vrouwen met gynaecologische kanker. Als coïtus pijnlijk is, krijgen ze soms oestrogeen toegediend. Dat maakt de vagina makkelijker penetreerbaar, maar kan het testosteron verder doen dalen, wat seksuele opwinding kan belemmeren. Oestrogeen helpt alleen de mannelijke partner. Dat is schrijnend, dat moeten we niet doen. Ook bij vrouwen die inwendige bestraling ondergaan, wat seksuele klachten oplevert, gaat coïtus vaak door. Vrouwen denken vaak, soms ten onrechte, dat hun partner dat het belangrijkst vindt. Tegelijkertijd zien we dat seks vaak wél stopt als de man kanker heeft.’

 

Ik hoor dat u zich kwaad maakt.

‘Ja, ik kan me daar nog steeds over opwinden, al ben je de vierde journalist die belt vandaag.’ Ze lacht. ‘Ik stoor me, anno 2018, vooral aan de genderongelijkheid op het gebied van seksueel plezier. Zoals de orgasm gap: bij heteroseksuele gemeenschap krijgt zo’n 30 procent van de vrouwen een orgasme tegenover 95 procent van de mannen. Bij lesbische vrouwen rapporteren we trouwens meer seksueel plezier.’

‘Bij vrouwelijke patiënten die inwendige bestraling ondergaan, gaat coïtus vaak door. Tegelijkertijd zien we dat seks vaak wél stopt als de man kanker heeft’

Moet juist de arts over seks beginnen?

‘Het kan ook een verpleegkundige zijn. Patiënten vinden het doorgaans lastig over seks te beginnen, maar waarderen het wel als de arts het doet. De arts moet daarbij duidelijk maken of de behandeling seksueel gevolgen heeft – dat gebeurt niet altijd. Sommige patiënten lopen jaren met pijn, ellende. Ik pleit voor consulenten seksuologie in het ziekenhuis: zij kunnen vaak veel zelf doen, en, indien nodig, patiënten doorverwijzen naar de poli seksuologie.’

 

U stelt ook: niet praten over seks kan leiden tot trauma’s.

‘Klopt. Denk aan vrouwen die een inwendige bestraling moeten ondergaan: zij moeten heel stil liggen, met een probe in de vagina. Dat kan, na eerdere negatieve seksuele ervaringen, traumatiserend zijn. Daarover moet je praten, in het artsengesprek, vooraf.’

 

Waarom heeft u juist dit thema gekozen?

‘De oratie is gebaseerd op jarenlang onderzoek en mijn recente, klinische ervaringen. Daarnaast heb ik zelf borstkanker gehad, in de patiëntenrol gezeten, daarom houd ik mijn oratie nu pas [Laan is vorig jaar benoemd tot hoogleraar, red.]. Dat heeft me dichter bij dit thema gebracht.’

 

Hoe kan dit concreet veranderen, denkt u?

‘Ik hoop dat de oratie aanzet tot nadenken. In het AMC zijn nu veel initiatieven om meer aandacht te besteden aan seksualiteit, dat geeft moed. Dit is de eerste strategische leerstoel seksuologie in Nederland, dat maakt ons zichtbaar. Ook andere ziekenhuizen kunnen projecten opzetten, zodat dit uit de taboesfeer komt. Praten over seks moet je gewoon doen.’

 

De oratie van Ellen Laan, En hoe gaat het met seks?, start vandaag om 16.00 uur in de Oude Lutherse kerk aan het Singel 411 in Amsterdam.

Lees meer over