Foto: Mina Etemad
wetenschap

Gerard Steen onderzoekt metaforen: ‘Je kunt niet iedere metafoor straffeloos gebruiken’

Sterre van der Hee,
31 mei 2018 - 07:58

Gerard Steen (61), hoogleraar taalbeheersing aan de UvA, probeert in zijn Metaphor Lab de constructie van metaforen bloot te leggen. De NWO gaf hem 720.000 euro voor zijn studie Resistance to metaphors. Wat doet hij precies? Folia sprak hem. ‘Metaforiek zou een vak moeten zijn op de middelbare school.’

Het was een opvallende persverklaring, na de dood van de Brits-Amerikaanse acteur Roger Rees in 2015, onder meer bekend van zijn rollen in The West Wing en Titanic. ‘[Rees] stierf gisteravond thuis in New York,’ schreef zijn familie, ‘after a brief journey with cancer.’ Geen battle, geen strijd, gewoon: een reis.

 

Dit is een voorbeeld van verzet tegen ongewenst metafoorgebruik, zegt Gerard Steen (61), hoogleraar taalbeheersing aan de Universiteit van Amsterdam. Steen doet daar een studie naar: in 2016 kreeg hij 720.000 euro van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek voor zijn onderzoeksprogramma Resistance to metaphors. ‘De Britse cancer society zei tien jaar geleden al: we praten over kanker als reis,’ licht hij toe, ‘na kritiek op de oorlogsmetafoor. Als je uitbehandeld bent, is die die vergelijking niet fijn.’

 

In 2010 begon Steen met de Vrije Universiteit het Metaphor Lab, waar ruim vijftien wetenschappers onderzoek doen naar metafoorgebruik. Zo zoeken ze patronen in het taalgebruik (‘om te zien hoe mensen bijvoorbeeld over vluchtelingen praten’), kijken ze naar metafoorgebruik onder afasiepatiënten, en bestuderen ze oogbewegingen tijdens het lezen van metaforen. En er is een Metaphor Festival: een driedaagse academische conferentie met onderzoekers van over de hele wereld.

Foto: Mina Etemad

Hoe definieert u de metafoor?

‘De metafoor is een belangrijk onderdeel van taal. Toen ik begon, in 1980, waren metaforen nog iets afwijkends, de “parasieten van de taal”, alleen gebruikt door dichters, politici en verwarde mensen. Maar toen verscheen een boek, Metaphors we live by, dat stelde: veel niet-letterlijke woorden zijn óók metaforen. Denk aan “in een relatie” of “op vakantie”, maar niet “in een bekertje”. Dat veranderde het beeld ervan. Na ons onderzoek in 2010 bleek: een op de acht woorden is een metafoor.’

 

De definitie is dus heel breed.

‘Breed toepasbaar. Het gaat om woorden die, in de context, afwijken van de basisbetekenis, die meestal concreter is. Het is anders dan al het andere taalgebruik. Dat vond ik leuk om uit te zoeken. Neem nou “de strijd tegen kanker” – waarom gebruiken we die vergelijking? Hoe kan het dat we dat gewoon snappen? We gebruiken ruim 95 procent van de metaforen automatisch.’

 

Waarom gebruiken we ze eigenlijk?

‘We willen vaak iets uitdrukken wat abstract, taboe of emotioneel is, of wat anders niet begrepen wordt. Met metaforen kun je daarover praten in “veilige”, bekende termen: je haalt het dichter bij huis. Het beeld van “oorlog” of “reis” is beter te bevatten dan dat van het slopende ziekteproces van kankerpatiënten. Het helpt ons in de communicatie, dat is de verleiding van metaforiek.’

 

Mooi toch?

‘Nou, niet altijd, zoals in dat voorbeeld van de cancer society. En soms versimpelt de metafoor het debat. Denk aan Geert Wilders: die sprak rond 2004 niet over een vluchtelingenstroom, maar over een ‘tsunami van vluchtelingen’. Dat is dreigender: we hadden immers net een tsunami gezien in Indonesië, op Tweede Kerstdag. En was zijn beeld überhaupt legitiem? Zijn vluchtelingen net zo dreigend als een grote watermassa? Ik denk het niet. Maar de metafoor bepaalt vaak hoe erover gesproken wordt. Dat is kwalijk: je kunt niet straffeloos elke vergelijking gebruiken.’

Foto: Peter van der Sluijs (cc, via Wikimedia Commons)
Geert Wilders, die sprak over de 'vluchtelingentsunami'

Wat moeten we daar dan aan doen?

‘Niks! Lekker laten gebeuren. Maar het is wel goed de onderliggende structuren bloot te leggen, om te weten hoe het zit. Ik pleit voor lessen taal- en communicatiebewustzijn op het vwo, zodat studenten op de universiteit al kritischer zijn, weerbaarder. Je moet je kritisch kunnen opstellen tegen mensen die macht op je kunnen uitoefenen. Uiteindelijk moeten mensen als Kamerleden zich teweer kunnen stellen tegen iemand als Wilders.’

 

U stoort zich zelf vast ook aan metaforen.

‘Ja, vooral aan de marktmetafoor. De arbeidsmarkt, wereldmarkt, enzovoorts. Het lijkt dan net alsof je iets kunt verkopen, en als het niet lukt, heb je het niet goed gedaan of je product was niet in orde. Zo denken we over allerlei maatschappelijke processen – heel handig en prettig, maar soms versimpelt het te veel, want de maatschappij is veel ingewikkelder. Vanuit mijn politiek linkse achtergrond stoor ik me daaraan.’

 

In augustus organiseert u het Metaphor Festival. Wat is dat?

‘Ja, een jaarlijkse academische conferentie, driedaags, met sprekers. Overgenomen uit Zweden, het was al tien jaar op rij in Stockholm. We willen het komende jaar meer de boer op: zo hebben we iemand die iets doet met metaforen en mindfulness, zodat er ook mensen van de straat naar binnen komen.’

 

Waarom moet dat?

‘Omdat jij terecht vraagt: wat moeten we ermee? Wat moeten we met ongewenst metafoorgebruik? Wij, wetenschappers, moeten het promoten, levendig en beschikbaar maken, en spreken over concrete toepassingen. Jij als tekstschrijver kunt bijvoorbeeld veel creatiever met metaforen omgaan, en ze herkennen, of je er op voorhand tegen verzetten.’

‘Metaforiek is een hulpmiddel om mensen vanuit een bepaald perspectief naar een probleem te laten kijken’

Oke, bij teksten, dat begrijp ik. Kunnen we uw onderzoek ook elders toepassen?

‘Het kan een hulpmiddel zijn in de zorg. Bijvoorbeeld bij dementie: veel mensen zien dat als een neergang, met een crash, en dan is het afgelopen. Als je dat taalgebruik aanpakt, en je zegt, als arts: dit is eenzijdig, het brein is kneedbaar, en je kunt nog steeds genieten, dan heb je een beter verhaal. Als arts moet je beslissen of je de patiënt die hoop kunt geven. Hetzelfde geldt bij kanker: is de patiënt een slagveld, of is het een dans tussen ziekte en patiënt? Daar zitten mogelijkheden die nuttig kunnen zijn, als je ze goed gebruikt.’

 

Hoe gaat u zelf met metaforen om? Hoort u ze nu overal?

‘Inmiddels kan ik de knop uitzetten. Vroeger niet, en luisteren naar metaforen vereist aparte aandacht, dus dat zorgt ervoor dat je de inhoud van een gesprek vaak niet meer hoort. Nu is dat anders – gelukkig, want ik ben er overdag al zo veel mee bezig.’

 

Ook vertellen over uw onderzoek? Mail naar redactie@folia.nl.